Platform en dialoog



Naast adviseren over sociaal-economische vragen wil de SER ook als platform dienen voor relevante thema’s op dit terrein. Soms als onderdeel van een adviestraject, soms om een onderwerp te verkennen en agenderen. De SER vraagt en zoekt informatie en visies van betrokkenen uit de samenleving, ook van partijen die niet zijn vertegenwoordigd in de raad.
SER Diversiteit in Bedrijf
In 2025 verwelkomde SER Diversiteit in Bedrijf 23 bedrijven en organisaties die het Charter Diversiteit ondertekenden. Het aantal ondertekenaars steeg hiermee naar 555.
SER Diversiteit in Bedrijf organiseerde in 2025 twee grote bijeenkomsten: de eerste om het tienjarig jubileum te vieren, de tweede ging over neurodiversiteit. Op het jubileum spraken onder andere toenmalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Eddy van Hijum, Kim Putters, en Ahmed Aboutaleb.
Op 7 oktober vond Diversity Day plaats. 344 organisaties spraken zich uit ter gelegenheid van Diversity Day. Op diverse online platforms werden ruim 17 miljoen views bereikt.
In het project “Het moet wel werken” deden SER Diversiteit in Bedrijf en de Universiteit Utrecht onderzoek naar de praktische uitwerking van wetenschappelijke inzichten in diversiteit en inclusie. In het kader van dit project werden in 2025 vier reeksen kenniswerkplaatsen georganiseerd waarin werkgevers leren van elkaars successen en uitdagingen. Deze werden mede georganiseerd met brancheorganisaties Verbond van Verzekeraars, Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), FME de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie, OVAL de branche voor duurzame inzetbaarheid en de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). Het project wordt mede gefinancierd door de Goldschmeding Foundation en is inmiddels met de volgende fase gestart.
Het Rotterdams platform 010 Inclusief groeide door naar 102 netwerkleden. Het aantal leden van Utrecht Divers en Inclusief steeg naar 46. Ook hebben de SER en AWVN de handen ineengeslagen om drie nieuwe regionale inclusieplatforms op te richten.
SER Arboplatform
Het SER Arboplatform is het centrale punt van sociale partners over gezond en veilig werken. Werkgevers, werknemers en arbodeskundigen van alle bedrijven (groot en klein) en uit alle sectoren vinden er handreikingen en dossiers over verschillende arbothema’s. Deze bevatten veel praktische toepassingen en informatie om concreet invulling te geven aan de Arbowet. Voorbeelden zijn het ontwikkelen van een arbocatalogus of een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Net als voorgaande jaren was de databank Grenswaarden Gevaarlijke Stoffen op de Werkplek ook in 2025 onderdeel van het Arboplatform.
In 2025 zijn diverse online dossiers geactualiseerd en praktische voorbeelden toegevoegd. Ook kwamen er interviews met een bhv’er en preventiemedewerker online om inzicht te bieden in deze rollen. In samenwerking met medezeggenschap is een dossier ‘medezeggenschap en arbo’ gemaakt en zijn er infographics ontworpen.
Daarnaast organiseerde de SER op 8 oktober 2025 de bijeenkomst Adviesvaardigheden en Nazorg voor arbokerndeskundigen en or-leden. Centrale vraagstukken waren het beter opvolgen van adviezen, gehoor geven aan de stem van werkenden en samenwerking tussen arbokerndeskundigen optimaliseren.
Steunpunt RI&E
Sinds 2024 onderhoudt de SER het online steunput RI&E. In 2025 ondersteunde het Steunpunt RI&E weer veel bedrijven bij het maken van hun risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). De RI&E is een instrument uit de Arbowet. Het verplicht werkgevers risico’s voor hun werknemers te inventariseren en te beheersen met een plan van aanpak. De RI&E-verplichting vloeit voort uit Europese regelgeving. Voorbeelden van risico’s zijn de blootstelling aan gevaarlijke stoffen en psychosociale arbeidsbelasting. Ook preventie van ongevallen valt onder de RI&E.
Bedrijven kunnen bij het Steunpunt RI&E terecht met al hun vragen over de RI&E. Ook biedt het Steunpunt RI&E bedrijven hulp door middel van een online tool waarin zij hun RI&E kunnen maken. Dit is de Route naar RI&E. In 2025 is deze tool, op basis van gesprekken met arbokerndeskundigen, verbeterd.
Daarnaast voert het Steunpunt RI&E, in samenwerking met de Stichting van de Arbeid, de wettelijke taak uit om branche-RI&E’s te erkennen. Bedrijven tot 25 werknemers die zijn aangesloten bij een branche, kunnen gebruik maken van een voor hen ontwikkelde en erkende RI&E.
De SER voert regelmatig overleg met sociale partners en het ministerie van Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over beleid en uitvoering met betrekking tot de RI&E en het Steunpunt.
SER Jongerenplatform
Het SER Jongerenplatform, opgericht in 2015, speelt een cruciale rol in het betrekken van jongeren bij het werk van de SER. Het platform bestaat uit elf jongerenorganisaties met expertise in onderwijs, klimaat, werkgelegenheid, werknemerszaken en ondernemen. Hun focus ligt op betrokkenheid bij lopende adviezen, monitoring van jongerenbehoeften en het verbeteren van de positie van jongeren in Nederland.
Het SER Jongerenplatform draagt bij aan verschillende commissies, waaronder de commissie Mantelzorg en Werk, de commissie Toekomstperspectief Landbouw en de commissie Vereenvoudiging Belasting en Toeslagenstelsel. Ook heeft het SER Jongerenplatform een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de concept-generatietoets die toe te passen is bij beleidsvorming, bijvoorbeeld binnen een SER-adviestraject. Eind 2025 is de laatste hand gelegd aan de opvolging van de laatste verkenning ‘Veelbelovend.’ De nieuwe verkenning, 't Tij Keren, is in oktober 2025 gepubliceerd.
Leven Lang Ontwikkelen
In 2025 werkte de SER aan het versterken van een vanzelfsprekende leercultuur en een goed functionerende infrastructuur voor Leven lang ontwikkelen (LLO). Daarmee werden werkenden en werkzoekenden ondersteund om regie te nemen over hun eigen ontwikkeling. Tegelijkertijd stimuleert de SER werkgevers om richting, ruimte en ruggensteun te bieden. Daarbij was er extra aandacht voor groepen die een eigen aanpak vragen, zoals mkb’ers, zzp’ers, ouderen en mensen met een arbeidsbeperking.
Om zicht te houden op hoe leren zich in Nederland ontwikkelde, verscheen de jaarlijkse SER/TNO Monitor Leercultuur 2025. Deze monitor toont hoe werkenden leren; formeel, non-formeel en informeel, en maakt duidelijk waar verschillen blijven bestaan tussen sectoren, bedrijfsgroottes en verschillende groepen werkenden. De monitor geldt als een belangrijke kennisbasis voor beleid en praktijk.
Daarnaast is, met ondersteuning van de Goldschmeding Foundation, een Praktijkverkenning LLO uitgevoerd. Hierin zijn kennis over succesfactoren van regionale en sectorale LLO-initiatieven verzameld. Tevens is onderzocht wat nodig is om effectieve aanpakken op te schalen en duurzaam te verankeren. De inzichten zijn gebundeld in de publicatie ‘Inzichten uit het veld van Leven Lang Ontwikkelen’. In september zijn deze opbrengsten tijdens de slotbijeenkomst van de praktijkverkenning gedeeld bij de SER.
Op basis van deze inzichten ontwikkelde de SER de LLO Actiescan. Dit dialooginstrument helpt regionale en sectorale initiatieven om hun succesfactoren scherper in beeld te krijgen, ontwikkelkansen te benoemen en gericht door te groeien. Het instrument stimuleert partijen om te leren van bestaande ervaringen. Deze LLO Actiescan is gepresenteerd tijdens de jaarlijkse Conferentie Leercultuur van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Als uitwerking van een bijeenkomst in 2024 verscheen in 2025 de LLO-wijzer voor werkgevers: Leren zonder drempels. Dit kennisdocument maakte de belangrijkste kansen en belemmeringen inzichtelijk voor het leren en ontwikkelen van mensen met een arbeidsbeperking.
De SER stelde dit jaar een Uitvoeringscommissie LLO in om al deze activiteiten duurzaam te borgen en verder te brengen. Hierin zijn werknemers, werkgevers, overheid en LLO-experts vertegenwoordigd. Samen borgen en sturen zij de uitvoerende LLO-taken van de SER. De werkagenda van de commissie richt zich op drie hoofdlijnen: het versterken van de leercultuur, het versnellen van regionale en sectorale LLO-initiatieven en het beter verbinden van initiatieven binnen de arbeidsmarktinfrastructuur, waaronder de nieuwe rol voor de regionale werkcentra.
